Geschiedenis van het bedrijf

Geschiedenis

Van Verenfabriek tot Bergingspecialist

Rond 1906 begon de opa van dhr. Jan van de Graaf jr. als smid met het beslaan van paardenhoeven.
Ook repareerde hij wagens en legde nieuwe stalen wielbanden rond houten wielen.
Met de komst van automobielen wisten diens eigenaren Van de Graaf ook te vinden.
Het bleek dat vooral bladveren inzakten of braken en de veerpennen snel versleten.
Dus kwam er vraag naar reparatie en opnieuw maken van bladveren, en samen met zijn vijf zonen zag opa dat gat in de markt en legden zij zich toe op het vervaardigen en monteren hiervan.
Geholpen door zijn 5 zonen groeide het bedrijf.

Omstreeks 1932 begon één van hen, Jan van de Graaf sr. voor zichzelf.
In 1938 verhuisde men naar de Zaagmolenstraat, waar een Elektrische draaierij en motorherstelplaats werd opgericht.
Toen de vraag naar veren groter werd, begonnen drie broers in de achtergelegen Ooievaarstraat de eerste Nederlandse verenfabriek: J van de Graaf & Zonen, die de bladveren en toebehoren seriematig produceerde.
Al deze delen lagen op voorraad en konden snel geleverd worden.
Voor de montage zorgde Jan van de Graaf sr. in zijn werkplaats, sinds 1942 gevestigd in een pand aan de schommelstraat.

Na de oorlog ging de autoveren fabriek een drukke tijd tegemoet.
Niet alleen was het marktaanbod van nieuwe veren beperkt, door overbelasting van de weinige vrachtwagens kregen de bladveren veel te verduren.
Vooral bij de vele GMC’s die in en rond Rotterdam reden, brak er nog al eens een veer of torenbout.

Het was in 1958 vrijwel vanzelfsprekend dat de toen 16 jarige zoon Jan jr. in de werkplaats ging helpen.
Na zijn militaire dienst in 1963 werd Jan jr. vaste medewerker.
Omdat veel klantenwagens per ingehuurde takelwagen werden gebracht, ontstond het idee een eigen afsleepwagen aan te schaffen.
Het werd een Ford F-100 pick-up uit 1959, die afkomstig was van de US Air Force uit Soesterberg en waarop zelf een kraantje werd gemaakt.
Deze Ford voldeed goed, maar bleek soms te licht.
In Soest kon deze worden ingeruild tegen een zwaardere Ford F-500, die als kraanwagen was opgebouwd.

Zo begon Jan van de Graaf met autoberging na ongevallen.
Om sleepopdrachten te krijgen, werd de hele dag geluisterd naar de scanner.
Van gebieds afspraken was in die tijd nog geen sprake, net zo min als een aparte afdeling van de brancheorganisatie Bovag.
Toen in 1970 deze afspraken er wel kwamen, werd Rotterdam verdeeld tussen Auto-Huvers en Strijaards.
In die periode fungeerde Jan van de graaf als 2e berger.

In 1981 toen Jan sr. het rustiger aan wilde gaan doen, nam Jan jr. de garage aan de Schommelstraat en de inmiddels aangeschafte Bedford takelwagen over.
Door de komst van kwetsbare frontspoilers aan auto’s en rit-opdrachten voor het doorbrengen van auto’s door geheel Nederland, moest er een oprijwagen bijkomen.
Men liet een Mercedes-Benz LP813 bij Eka in Capelle a/d IJssel voorzien van een vaste bak met lepel, zodat voortaan 2 auto’s in één rit meegenomen konden worden.

In 1986 kreeg men van de gemeente Rotterdam de aanzegging te moeten verhuizen, omdat het gebied rond de Schommelstraat in aanmerking kwam voor stadsvernieuwing.
Ook de garage zou moeten worden afgebroken.
Vlakbij, aan de Zaagmolenkade, werd een nieuw pand gevonden waarnaar Jan van de Graaf in 1989 verhuisde.
In deze “pijpenlade” werd een moderne garage ingericht en konden meerdere auto’s worden gestald.
Hier groeide het bedrijf langzaam vooruit, met als belangrijke garage activiteit APK 2-keuringen.
In 1990 investeerde Jan van de Graaf in een nieuwe Mercedes-Benz 814 Ecoliner, waarop men de Eka opbouw van de oude LP813 liet overzetten.
Het jaar daarop kwam er een 2e Bedford bij, een lepelwagen met een Brimec fabrieksopbouw, die zelf uit België werd geïmporteerd.
In 1997 zette men de onverslijtbare opbouw over op een DAF FA800 chassis, waarna deze nog tot aan 2005 dienst deed.
De andere Bedford, inmiddels de respectabele leeftijd hebbend van 30 jaar werd ook vervangen door een Ford Cargo.
Nog steeds bezat het Takel- en bergingsbedrijf Jan van de Graaf BV geen eigen rayon wat betreft opdrachten van alarmcentrales en moest men het doen met het overschot van de andere twee Rotterdamse bergers.

De inschrijving in 2000 voor het Incident Management op hoofdwegen, waaruit een bedrijf met de gunstigste prijs/kwaliteit verhouding de afsleepopdrachten bij ongevallen krijgt, had grote gevolgen voor het bedrijf van Jan van de Graaf.
Hoewel niet echt overtuigd een kans te maken, waagde Jan van de Graaf de gok op het allerlaatste moment om toch mee te doen.
Met onverwacht succes want het werk werd hem gegund!
Hij had zes maanden de tijd om een bergingsbedrijf van formaat te organiseren, dat geheel Rotterdam en de snelwegen A20 van Schiedam tot Capelle a/d IJssel en A16 vanaf viaduct-Zuid tot de aansluiting met de A20 moest bedienen.
Doordat de locatie aan de Zaagmolenkade daarvoor te klein was, is het bedrijf toen verhuisd naar de Woensdrechtstraat bij vliegveld Zestienhoven.
Hier beschikt het bedrijf nu over een loods van 900 m2 met verdieping en een 600 m2 groot buiten- terrein. 

Op deze vestiging lukte het Jan om in korte tijd een (voor hem) nieuw soort bedrijf neer te zetten; een gespecialiseerd takel & bergingsbedrijf, waarbij de garage verdween, en alleen het berging deel overbleef.
In 2003 volgde een nieuwe inschrijving voor Incident Management betreffende dezelfde gebieden, en ook toen wist Jan van de Graaf zijn rayons te behouden. 

Het wagenpark is de laatste jaren flink gegroeid naar: 16 bergingvoertuigen, een pech hulp voertuig en een aanhanger met beweegbaar dek, met capaciteit voor 3 voertuigen, met een lichte voorkeur voor het merk M.A.N.
Het werk komt tegenwoordig binnen van bijna alle alarmcentrales, en daarnaast zorgen ook particuliere klanten en garages nog steeds voor gevarieerd werk.

Ook fungeert het bedrijf als depothouder van Rentrunner, AVN en Drive On vervangauto's.
Door de nadruk te leggen op het verlenen van service kon Jan van de Graaf BV uitgroeien tot een middelgrote onderneming met vandaag de dag 19 man personeel en 16 auto’s. 

Toen in 2010 Jan van de Graaf onverwacht overleed, was dat een grote schok voor zijn vrouw Yvonne met wie hij samen het bedrijf runde, en natuurlijk het personeel en de berging wereld.

Het bedrijf wordt voortgezet onder leiding van Richard Doorneveld, zoon van Yvonne van de Graaf. 
Door zijn inzet, samen met het personeel, bleef het bedrijf bestaan en doorgroeien.

Tevens heeft het bedrijf sinds 2010 een mascotte, te weten Brutus de kater, deze is gehavend aan komen lopen kort na het overlijden van Jan van de graaf en is sindsdien te vinden in de receptie waar hij de "boel" nauwlettend in de gaten houdt en zich regelmatig laat aanhalen door aanwezige klanten.

Contact opnemen

Direct contact

Jan van de Graaf Jr. B.V. logo
Jan van de Graaf Jr. B.V.
Direct contact
Ons Doel

Ons Doel

Een goede en snelle service.
Waarbij klantvriendelijkheid voorop staat.

Jan van de Graaf Jr. B.V. logo
Jan van de Graaf Jr. B.V.
Onze Diensten

Onze Diensten

Niets is ons teveel gevraagd. Wij hanteren een strategische aanpak!.

Jan van de Graaf Jr. B.V. logo
Jan van de Graaf Jr. B.V.
Heeft u vragen?

Heeft u vragen?

Wij nemen zo snel mogelijk contact op met u. Tevens kunt u ons bereiken via ons email adres!

Jan van de Graaf Jr. B.V. logo
Jan van de Graaf Jr. B.V.

Copyright © 2020 Jan van de Graaf Jr. B.V. |Alle rechten voorbehouden | Sitemap | Privacyverklaring | Cookieverklaring

Designpro.nl | Z-IM